Alles is een illusie

You can leave if you want. | Change the world or go home. |

Anonymous asked: is marlies je vriendin?

”Vriendin - zelfst.naamw. ~ de vrouwelijke persoon waarmee je verkering hebt”

HAHA verkering 

Israël V

De kaas heeft niet eens de tijd gehad om weg te rotten. Het ergste nog? De staafmixer die gebruikt is tien dagen geleden om de pannenkoeken te maken, de avond dat ik weg ging, stond nog altijd daar in de gootsteen, te wachten om afgewassen te worden. Mijn god, de kaas had niet eens de tijd gehad om weg te rotten. Zo kort was ik weggeweest. 

Bij de Albert Heijn op Utrecht centraal haal ik nog twee halve liters bier. Daarna lopen we naar de trein. Marlies en ik. Zij naar Culemborg, ik naar huis. Ik weet nog niet of ik via Zoetermeer of Rotterdam zal gaan maar hoe dan ook, ik ben weer onderweg naar huis. Vannacht sliep ik in Utrecht, in de nieuwe kamer van Marlies. Jezus, wat was ik dronken gisteravond. Ik verwijt mezelf niets. Ik had niet anders verwacht. 
Toen ik in Bethlehem besloot om naar huis te gaan wist ik al dat ik dronken zou worden op het moment dat ik thuis zou komen. Zo zou het nu eenmaal gaan en echt, het was prima. Niemand die er iets op tegen had. 

Vanuit Bethlehem nam ik een taxi naar het busstation. Het was dezelfde taxichauffeur die me rond had geleid bij Banksy. Ik had hem de ochtend ervoor, toen ik uit het meest afschuwelijk restaurant kwam lopen, nog een keer gezien. Hij had getoeterd en ik had gezegd dat ik voor de volgende dag en taxi nodig had. Het was een prima man. Vriendelijk, je weet wel, gewoon goed. Je zou enkel om hen te helpen een taxi nemen, ondanks dat ik ook had kunnen lopen. 
Maar ik had hem niet gezien gisterochtend en dus was ik lopend onderweg naar de bus. Hij vond mij, en zo zat ik een paar minuten later toch in z’n auto. Ik gaf hem 20 shekel. Teveel, maar ik mocht hem graag. 

De bus naar Jeruzalem deed er niet langer over dan een half uurtje. De bus zat niet vol, geen gezeik, geen omwegen, gewoon de bus naar Jeruzalem. Ik ging eruit bij de Jafa poort naar de oude stad. Wist ik veel, ik had niets geregeld verder. Ik moest naar Tel-Aviv en ik wist dat er ergens een busje zou gaan. Het zou niet meer dan 70 shekel kosten, maar godverdomme, ik kon het niet opbrengen om dat busje te zoeken. De eerste taxi die langskwam hield ik aan en ik zei dat ik naar het busje moest dat naar het vliegveld ging. Die fucking taxichauffeur zei dat ie me wel naar Tel-Aviv kon brengen voor 300 shekel. Ik heb hem uitgelachen, ontiegelijk hard zo recht in z’n gezicht en gezegd dat ik niet meer wilde betalen dan 230. We kwamen uit op 260 en toen zei ik, uit vermoeidheid, uit luiheid vooral, dat ie me naar Tel-Aviv mocht brengen. Hij blij, ik te vroeg op het vliegveld.
Zover was ik al gekomen. Ik zag het al voor me, voortaan zou ik enkel nog per taxi en in dure hotels kunnen reizen. 

Uren gewacht op het vliegveld. Daarna de vlucht naar Belgrado en toen door naar Amsterdam. Mijn god, het beste gevoel dat je kunt hebben is wanneer je voelt dat een vliegtuig gaat landen. Nog heel even, weet je dan, en daarna ben ik op de grond, kan ik dit verdomde vliegtuig uit, m’n benen strekken, gewoon even lopen. Alles wat een mens nodig heeft is een paar honderd meter om te lopen. 

Het was allemaal heel eenvoudig die avond, geloof ik. Ik was geland en ik werd dronken samen met Enzo. We namen de trein richting Nijmegen, stapten uit op Utrecht, gingen naar Gouda, kochten bier, gingen terug naar Utrecht, kochten meer wijn, zaten in dat park naast het station. Daarna kwam Marlies. 
We hebben daar nog even gezeten, een half uur of wat. Gepraat over dingen die er eigenlijk niet zo toe deden. Het soort gesprekken dat je hebt als je niet meer nuchter bent, maar niet dronken genoeg om te lachen om elke stomme grap. 

Uiteindelijk sliep ik bij Marlies. Mijn god, wat was ik dronken. Duizend keer heb ik haar deur dicht gedaan omdat ik zeker wist dat de deur niet goed dicht was. Die godvergeten deur. We hadden niet eens seks.
Een fractie tot ik in slaap viel. Het was wel goed zo. 

Misschien ben ik perfect gelukkig nu? De zon op m’n gezicht, biertje in m’n hand, de trein die doorrijdt. Het was zaterdagmiddag. Vanmorgen werd ik wakker naast Marlies en ik was zelden zo gelukkig. De nasmaak van wijn in m’n mond, het licht van een zaterdagochtend met langzaam, heel langzaam, de wolken die wegtrekken. 
Voor m’n gevoel was het ondertussen juni. Het had immers juni moeten zijn voor ik terug zou komen. Ha, die hele kalender kon de tering krijgen. Voor mij was het juni, het was zomer. We zijn buiten gaan zitten en hebben brood gegeten met tomaat en sla en augurken die Marlies bij de supermarkt had gehaald en er was koffie en zelfs melk. Ik had werkelijk niets te klagen, daar zo op het balkon, in die halve zon, Marlies tegenover me, koffie niet te heet om te drinken, melk niet te koud zodat het geen pijn aan je tanden doet. 
We zijn ‘s middags naar het park gegaan. Ze hebben daar hertjes en pauwen en we hebben gekeken naar de hertjes en de pauwen en daarna zijn we op een kleedje gaan zitten en hebben we de fles wijn gedronken die ik de avond ervoor had gekocht maar niet eens meer op kon drinken, en aardbeien, en hebben we gelachen om alles. 

Het was daarna tijd om naar huis te gaan. We hebben m’n rugzak opgehaald en daarna naar het station gelopen waar ik nog twee halve liters bier kocht. 
Hoe snel val ik weer in dat oude patroon. Drinken, drinken! Op elk moment dat het kan, ontsnappen aan de banaliteit van m’n gevoelens.

Maar ik zat nu in de trein, de zon scheen. Dit kwam me nu voor als perfect geluk. Ik had slechts weinig wensen voor m’n toekomst. Een mooie kamer met goed licht, ergens in Den Haag of Scheveningen, witte muren, een grijze kat die hommel heet en een schaap in de tuin die luistert naar de naam Billie. Mijn god, dat is geluk. Meer is er echt niet nodig.

Het was nu tijd om naar huis te gaan. In de trein kijk ik nog eens naar hoe ik m’n rugzak had gemaakt. Het stond symbool voor alles wat ik deed deze reis. Half.
Zo kwam ik ook thuis, half. Die godvergeten kaas had dus niet eens de tijd gehad om te rotten. Alles was er nog. De hele bende, alles lag er nog. 

Morgen ga ik gewoon weer werken.

Bethlehem’s children. 

April 2014.

Jerusalem’s children. 

April 2014. 

The beds I’ve slept in between 27/3 and 4/4. 

I asked the taxi driver to show me a few of the Banksy artworks in and around Bethlehem. It’s becoming a tourist attraction especially under younger people and most of the time it’s more use for a taxi driver to ask a tourist if they wanna see Banksy instead of asking if they need a taxi.

April 2014.

Anonymous asked: Waar ben je mee bezig?

Goede vraag hé. Mezelf gek maken geloof ik.