Alles is een illusie

You can leave if you want. | Change the world or go home. |

"Bby ben je de AIVD want je mag alles van me zien."

— 23/4/2014 (via bbybenje)

Israël VII

Ik zie mezelf op de achterbank zitten in de achteruitkijkspiegel. We rijden met 170 over de Duitse snelweg en Lisa en ik zitten in een Mercedes die drie mannen van Pakistaanse afkomst naar Enschede rijden. De een praat Nederlands, de ander Duits, de ander Pakistaans. We drinken bier. Ze drongen aan, over dat bier dat we nu drinken. Ik wilde geen bier maar ik kon geen nee blijven zeggen. Nu zie ik me hier zitten, buiten de zon die door het getinte glas z’n contrast terugkrijgt, de heuvels gehuld in een vale mist, goudgekleurd door de typische zeven-uur zon.
Om eerlijk te zijn, wie ben ik om een fuck te geven? Zolang de chauffeur niet ook aan het bier en de whiskey zit en gewoon z’n voet op het gaspedaal drukt zodat we voor tien uur in Enschede aankomen vind ik het allemaal prima.

Dus zo zit ik hier, met ongewenst bier in m’n hand, Henry Miller lezend, af en toe opkijkend naar het navigatie systeem dat meer en meer tijd inhaalt. De man die Duits en Pakistaans spreekt zit naast Lisa, die in het midden zit. Hij laat haar alle foto’s op z’n telefoon zien. Hij wil ons meer bier geven. We moeten drinken, vindt hij. Bij het volgende tankstation wordt er gepist. Lisa en ik ruilen van plaats.
Meer bier? Ik bedank. Meer whiskey dan? Ach, verdomme, waarom niet. De zon zakt, we naderen Nederland meer en meer.
Hun taal maakt me boos. Ze praten zo godvergeten hard en ik versta ze niet en als ze hun stem niet zo verheft hadden, was het prima geweest. Maar nu, allejezusnogaantoe, als gewoon voor een moment hun kop konden houden en we gewoon op de achterbank konden zitten. Maar ik heb nog geen slok genomen of er wordt gevraagd of ik meer whiskey wil.
Zie zie zie! Mijn god! Alles wat zulke mensen nodig hebben is een auto die rijdt, genoeg sigaretten om te roken, een blikje dat als asbak dient. Het raam gaat weer open. Nog een sigaret. Nog een halve liter bier.
Drinken, drinken! Zegt ie. Drinken! En alles zal goed zijn. Zolang je drinkt is alles goed!
De banaliteit. Afschuwelijke banaliteit.

Deze twee laatste uren, onderweg naar Enschede, worden overheerst door een licht verdriet. Een lichtheid die gedragen lijkt te worden door de auto die soms bijna 200 rijdt en het laatste licht dat aan de horizon verduistert.
Het was, om eerlijk te zijn, een afschuwelijke dag geweest. De eerste lift uit Ljubljana had ons meegenomen naar een tankstation voor de grens met Oostenrijk, en het waren van die simpele mensen geweest die enkel konden praten en die van ons verwachtte dat we ze zouden plezieren met een gesprek over studenten en cultuur en alles waar ik geen zin had om over te praten. Daarna stonden we te lang bij het tankstation, maar uiteindelijk kregenwe ook daar een lift van een Servische man die geen perfect Duits sprak en van de grens met Oostenrijk naar de grens met Duitsland z’n mond niet kon houden over hoe lang hij nog tot Basel moest, en kijk daar lag de sneeuw en kijk dit waren de bergen en het was nog zes uur naar Basel en kijk nog maar 56 kilometer naar Salzburg. Ik was zelden zo blij om een auto uit te zijn.
Een paar minuten later zaten we in de auto met twee Deense vrouwen die ons wel mee wilde nemen naar Stuttgart. Toen ze hoorden waar we heen moesten wisten ze opeens beter dan ik hoe we terug moesten. We moesten absoluut de A7 nemen naar het noorden. Als ze ons daar hadden kunnen afzetten hadden ze het gedaan, maar godzijdank was er geen tankstation. Zo reden ze ons tot 22 kilometer voor Stuttgart. Het was pas vijf uur en we hadden nog slechts 550 kilometer te gaan.
Het was vanaf daar dat we de lift naar Enschede kregen

Ik had in Israël kunnen zijn. We hadden in Wenen kunnen zijn.
Zo gaat het altijd, er blijven plaatsen waar je, ondanks alles, niet snel zal komen. Het lukt gewoon niet.
Toen ik afgelopen oktober onderweg was naar Istanbul, wilde ik heel graag via Wenen. Maar toen ik bij de grens tussen Duitsland en Oostenrijk een lift kreeg naar Ljubljana, kon ik geen nee zeggen, en zo eindigde ik in Ljubljana.
Zo stonden Lisa en ik zondagochtend in de regen, bij de grens tussen Duitsland en Oostenrijk, en kregen we een lift naar Wenen aangeboden. We waren al vanaf zaterdagochtend half acht onderweg geweest. We moesten naar Ljubljana, want dat was het plan geweest en we deden mee aan een liftwedstrijd van een studievereniging waar zowel Lisa als ik niets mee hadden.
Ze vroeg afgelopen donderdag of ik mee wilde. Haar liftpartner was verhinderd, en zo kwamen Lisa en ik bij een groep van 30 mensen die we niet kenden.
Het liften was niet makkelijk gegaan, maar na 28 uur waren we aangekomen. Zonder slaap, met vrachtwagenchauffeurs, en met genoeg besef van de willekeur die met liften samengaat en de hele metafoor die liften voor het leven kan zijn.

Anderen hadden er nog een halve dag langer over gedaan, die kwamen pas na 40 uur aan. Ze hadden net zo goed kunnen gaan lopen.

Toen Lisa vroeg of ik mee wilde, vorige week donderdag, kon ik geen nee zeggen. Alleen het idee al van Ljubljana, een van de fijnste steden waar ik ooit was. En ach, ik had in Israël moeten zitten maar ik was weggegaan uit Israël, terug naar huis. Thuis aangekomen was ik weer gewoon gaan werken. Wat anders was er voor me te doen dan ja te zeggen en zaterdagochtend vanuit Utrecht te beginnen met liften?

We waren nu in Ljubljana, nog steeds, veel langer dan ons plan was geweest. Ongelooflijk, we waren een hele week in Ljubljana geweest. We hadden nog naar Wenen en naar Bern gewild, maar daar kwam simpelweg niets meer van terecht.
Maar het was de groep van 30 studenten geweest die ons hier hadden gehouden. Het zijn de momenten met vreemden, die na dat moment geen vreemden meer zijn. Te veel wijn en te veel wodka, dansen onder tl-licht, of in parken. Niet weg willen is de beste manier van blijven, dus we bleven.

Maar op een gegeven moment moet je weer weg, en dat is prima. Iedereen gaat dan weg. De een met de trein, de ander met het vliegtuig, en wij liftend. We waren binnen 13 uur terug bij de grens. En ‘s nachts viel ik in slaap in Utrecht.

"Bby ben je whatsapp want je hebt meer dan 500 miljoen gebruikers."

— 22/4/2014 (via bbybenje)

Ben jij grappiger dan wij?

bbybenje:

Bby ben je submissive want je mag insturen.

"Bby ben je m’n fles wijn want je bent nu al leeg en ik voel nog niets."

— 22/4/2014 (via bbybenje)

"Bby ben je Monet want iedereen houdt van je."

— 22/4/2014 (via bbybenje)

"Bby ben je een appendix want je bent nogal zinloos."

— 22/4/2014 (via bbybenje)

Israël VI

Ze vroeg of ik mee wilde liften naar Ljubljana. Ik stond op het punt naar de bus te gaan om naar Den Haag te gaan. Volgens mij was het woensdag. Het was zo’n dag waarop ik de avond tevoren in m’n eentje twee flessen wijn op had, was gaan werken om 11 uur, en gestopt was om drie uur.
Maar toen Lisa het vroeg moest ik er de hele dag aan denken. Lisa zou nog laten weten of ze het zelf wel wilde, aangezien ze met iemand van een studievereniging zou gaan waar ze zelf ook niemand kende. 
Maar toen ze het vroeg, enkel en alleen de naam Ljubljana noemde, was het genoeg geweest om me niets liever te laten willen dan liften naar Ljubljana. Hoe ik m’n rugzak weer in zou pakken - hij was nog niet eens uitgepakt - en zaterdagochtend vanaf Utrecht zou vertrekken. 
Maar meer nog de herinnering aan Ljubljana die ik had. Hoe ik daar afgelopen oktober per ongeluk terecht kwam, in plaats van in Wenen. Het was een van de beste liften ooit die me naar Ljubljana had geleid. Een man die honderduit gepraat had over wat ie dacht van de wereld en voornamelijk van Europa. Maar ook over z’n dochter die pianoles nam in Brussel, hoe heel de familie daar voor betaalde, en hoe hij me heel graag bij hem thuis had uitgenodigd, maar dit niet kon omdat z’n vrouw kanker had. 
Ik hield van die man, nog steeds.. hij nam me mee bij de grensovergang van Duitsland naar Oostenrijk, bracht me vervolgens helemaal naar Ljubljana. 
Ljubljana, met z’n fijnste koffieshop en kasteel! 

Met Marlies zou ik naar de film gaan in Den Haag. We keken Happily Ever After, gingen daarna patat eten omdat we allebei zin hadden in patat. 
Zie, er is niets beters dan tegen iemand zeggen: ‘Ik heb echt heel veel zin in patat’. Waarop de ander reageert, bij voorkeur nog voor je je zin hebt afgemaakt: ‘Ik ook!’. 
Dus we aten patat en daarna wilde ze heel graag dat ik mee ging naar Utrecht om in Utrecht te slapen maar eerlijk gezegd had ik daar helemaal geen zin in. We hebben een kwartier op Den Haag Centraal gestaan. Ik zag gewoon op tegen het morgen weer naar huis moeten, en dan weer naar werk moeten, en dan weer moeten werken, en dan pas thuis zijn, en dan weer een avond hebben waarvan je in godsnaam niet weet wat je met die avond moet en dus maar naar de supermarkt gaan om twee flessen wijn te halen. Maar op een of andere manier zou ik weten wat ik met die avond moest als ik vanavond al gewoon, zoals gepland, thuis zou zijn, en morgen niet helemaal vanuit Utrecht naar huis moest.
Uiteindelijk ging ik mee naar Utrecht. Natuurlijk ging ik mee naar Utrecht. Het is op dit soort avonden naïever om te denken dat je thuis zal slapen dan waar dan ook. 

Het was avond en ik lag op het bed van Marlies terwijl zij met een huisgenoot de afwas deed en Lisa vroeg of ik echt wilde, want zo ja, dan zouden we ook gaan. 
Dus ik zei ja en zo wist ik zeker dat ik komende zaterdagochtend om 07:00 uur in Utrecht zou zijn en we een dag, maximaal anderhalf, nodig zouden hebben om in Ljubljana aan te komen. (O, Ljubljana, je was de beste stad die ik ooit onbedoeld tegenkwam!) 
Ik vertel het aan Marlies en ik zie aan haar dat ze er nog even over moet denken. Later huilt ze, als de afwas is gedaan en Lisa onderweg is naar ons en ze me zegt hoe haar hele week er nu weer anders uitziet in haar hoofd dan ze dacht. Het geeft niet, dat weten we allebei. Dat zij huilt geeft niet en dat ik volgende week een week weg ben, dat geeft allemaal niet. Wat geeft is dat haar volgende week verstoord is, in haar hoofd. 

Daarna kwam Lisa even langs en we hadden het over het liften en over Ljubljana en die avond zei Marlies dat ze het fijn vond om me zo gelukkig te zien. Blijkbaar zie ik er gelukkig uit als ik praat over weggaan en het reizen. Niet dat ik dat niet wist, het was enkel haar manier om te laten zien dat ze het echt niet erg vond dat ik weg ging, en dat haar tranen enkel uit een paniekgevoel voortgekomen waren, die uiteindelijk geen betekenis hebben. 
Vanmorgen lag ik tot half twaalf in bed voordat ik naar huis ging. Om half drie was ik aan het werk. Gewoon weer werken. 

Het is iets vreemds. Toen ik in Israël was realiseerde ik me dat ik thuis heel erg gelukkig was geweest de afgelopen weken. Ik had genoeg uitdaging, ik had echter iets teveel gewerkt. Iets teveel tijd besteed aan het werk dat wel nodig was, en waar ik geen moeite mee heb, en het zelfs met een gevoel van geluk deed, maar op een bepaald punt was het genoeg geweest en werd het teveel werk om het nog leuk te vinden. Maar het moest, want ik moest naar Israël.
Nu ben ik thuis, en nu zoek ik nieuwe dingen die moeten. Ik vind opeens de reden om te werken zodat ik makkelijker op kamers kan gaan, en ik vind opeens de reden om te werken omdat ik.. ja.. om wat eigenlijk?.. om gewoon wijn te drinken, en om nog meer.. om nog meer wat?.. 
Het enige dat me tegenhield om nee te zeggen tegen Lisa, toen ze vroeg ik meeging, was omdat ik dan niet kon werken. Wellicht ben ik daarom zo blij dat ik vaak ja zeg als de enige reden dat ik nee zou zeggen werk is. Omdat het werk is. Omdat het dingen zijn die ik liever doe dan werk. Omdat het er toe doet. Omdat liften naar Ljubljana er toe doet, en Lisa beloofd heeft dat we via Wenen terug gaan. 

Het was nu weer zo’n avond. Bij de supermarkt kocht ik broodjes en een klein potje chocoladepasta, sultana’s, vier appels.. Dit is genoeg, waarschijnlijk teveel, voor een dag liften.. 
Lisa zegt die avond: ‘‘Heb jij dat ook altijd? Zo vlak voor het vertrekken, dat je geen zin meer hebt?’’ 
En ik weet precies wat ze bedoelt. Er was zelden iets logischers wat iemand me zei. Want als je je voorbereid op weggaan, al doe je dat maar voor een week, of zelfs twee dagen, op het moment dat je weggaat, en daar je spullen ziet staan, je rugzak, je koffer, alles wat je meeneemt zo op een hoopje, nog geen halve vierkante meter, en de rest van de kamer gewoon zoals het is, hier en daar nog vieze kleding, van mijn part een lege fles wijn naast je bed, precies zoals je het gewend bent zeg maar, en dan moet je weggaan, en omdat je je zo hebt gefocust op het weggaan ben je in staat te zien waarom je thuis zou willen blijven. 

Aan het eind maakte het allemaal niet uit op welke manier ik reisde. Of ik nu met de trein, de boot, het vliegtuig, liftend of lopend ging, ik zag toch wel op tegen het vertrekken en vervolgens het aankomen. Het is als het moment tussen springen en landen. Het vallen. Alsof je van een brug springt, het water in, en je weet dat het veilig is, want mensen deden het voor je, maar je ziet op tegen het moment dat je je afzet van de brug. En toch, zodra je je hebt afgezet voel je je vrij, je valt, en dat vallen voelt goed. Daarna komt heel snel de angst voor het aankomen, het water dat je gaat voelen, die klap van je voeten op het water. Echter, voor de angst van het landen heb je minder tijd dan voor de angst van het afzetten en springen. Je moet immers aankomen als je vertrekt, zoals je moet landen als je springt, en dus is het aankomen iets dat simpelweg een gevolg is van het vertrekken. Je hebt simpelweg meer tijd om angst te creëren voor het springen dan voor het landen. Maar dat tussenmoment, het vallen, daar doe je het voor. Het je volledig vrij en kwetsbaar en werkelijk alleen voelen. Het nergens zijn. Het ergens zijn vertrokken en nog nergens zijn aangekomen. De eindeloze leegte omdat het niet uitmaakt hoe ver weg je vertrek of aankomstpunt is. 

"Bby ben je een meubelboulevard want ik ben in je."

— 21/4/2014 (via bbybenje)

Suffering - Ljubljana, 2014. 

Suffering - Ljubljana, 2014. 

"Bby ben je m’n hoofdpijn want door jou heb ik geen zin in seks."

— 20/4/2014 (via bbybenje)

Ljubljana.

Ljubljana.

Bitch

Bitch

Ljubljana, april 2014 (met Lisa).

That girl
makes me wanna be a better man


(Source: Spotify)